Adviespeuk (Desiderata)
Desiderata, een oud geschrift ‘uit de zeventiende eeuw’
Max Ehrmann (1872 – 1945) een advocaat en dichter uit Terre Haute, Indiana USA, schreef ooit een gedicht, Desiderata genaamd, omdat hij een bescheiden geschenk wilde nalaten, ‘a bit of chaste prose that had caught up some noble moods’.
Het gedicht (door de dichter zelf ‘proza’ genoemd) werd in 1959 gebruikt in een kerkdienst in St. Paul’s Church te Baltimore, Maryland.
Boven aan het papier had de predikant, de eerwaarde heer Frederick Kates, geschreven: ‘Old St. Paul”s Church, Baltimore A.C. 1692’.
Vanaf die tijd geloofde vrijwel iedereen dat de tekst een oud geschrift was uit het eind van de zeventiende eeuw en gevonden in bovengenoemde kerk. In de zestiger jaren werd het een wereldberoemde tekst en in 1977 zuchtte de toenmalige predikant van de kerk, dat het misverstand, waarmee hij 40 keer per week, 15 jaar lang werd lastig gevallen, hem ‘de strot uit kwam’. Nog beroemder werd de tekst doordat er een felle strijd is gevoerd over de auteursrechten, een strijd overigens die onbeslist eindigde. Of de tekst gemeengoed is geworden of niet, hangt onder andere af van de vraag, in welke staat van de VS men zich bevindt.
DESIDERATA
Ga rustig je gang door herrie en haast.
En bedenk hoeveel vrede er ligt in de stilte.
Sta met iedereen op goede voet, zonder jezelf te verloochenen.
Spreek bedaard en bevattelijk de waarheid en luister naar anderen; ook naar onnozelen en onbenulligen, want ook zij hebben iets te melden.
Mijd luidruchtige en agressieve mensen, zij zijn een kwelling voor de geest.
Vergelijk je jezelf met anderen, dan word je òf ijdel òf verongelijkt, want er zijn altijd grotere of mindere goden dan jij.
Geniet van je prestaties, maar ook van je plannen.
Stel belang in je loopbaan, hoe nederig ook; want in de wisselvalligheden van de tijd is die een waarachtig bezit.
Wees voorzichtig in zaken, want de wereld is vol bedrog.
Laat dit besef je niet blind maken voor het bestaan van de deugd; velen streven naar edele idealen en alom in het leven is heldenmoed te vinden.
Wees jezelf.
Veins vooral geen genegenheid.
Wees niet cynisch over de liefde, want ondanks alle dorheid en desillusie is ze blijvend als het gras.
Wees blij met de wijsheid der jaren en neem stijlvol afscheid van de weldaad der jeugd.
Koester je geestkracht, die jou beschermt bij plotseling onheil.
Zie niet onnodig veel beren op je weg. Veel vrees komt voort uit moeheid en eenzaamheid.
Behoud een heilzame discipline, maar wees verder zacht voor jezelf.
Je bent een kind van de schepping, gelijk de bomen en de sterren. Je mag er zijn.
En of je het nou snapt of niet, het heelal ontplooit zich volgens plan.
Leef daarom in vrede met God, wie of wat Hij volgens jou ook is.
En wat je strijd en streven ook moge zijn in de lawaaierige warboel van het leven, bewaar de vrede in je ziel.
Met al zijn schijn, gezwoeg en tegenvallers is dit een prachtige wereld.
Wees opgewekt.
Probeer gelukkig te zijn.
1
Ga rustig je gang door herrie en haast.
en bedenk hoeveel vrede er ligt in de stilte.
Een tandartsboor kan ik zonder veel schade op mijn ziel aanhoren, nagelgekras op een schoolbord eveneens, gekke housemuziek vind ik soms zelfs een pietsie cool, vergeleken bij het functionele lawaai: herrie die aandacht moet trekken. Niet het maandelijkse alarm of de sirenes van de brandweer, maar de herrie waarmee waren en diensten aan de man worden gebracht of waarmee mensen om aandacht schreeuwen. Attentie! Kijk naar mij! Kijk uit! Opzij! Loopt er verdomme zo maar eentje te mediteren midden in het warenhuis op zaterdagmiddag. Neuriet een beetje voor zich uit. Die vent is gek.
Ga weg, engerd. Loop me niet voor de voeten. Sodemieter op!
Ga kalm door herrie en haast. Luister niet naar wat je aandacht met geweld tracht te wekken, verspil je belangstelling niet aan ijdel gedoe, maar sluit je af voor bijgeruis en kijk rustig om je heen. Ook in drukke winkelstraten schijnt de zon, werpen wolken hun schaduw, komen vogels, groeit onkruid, lopen medeschepsels die niet uit zijn op jouw aandacht. Bekijk alles eens onverstoorbaar, ga kalm door herrie en haast.
Maar zorg er in vredesnaam voor dat je niet onder een bus terecht komt.
2
Sta met iedereen op goede voet, zonder jezelf te verloochenen.
‘Hoe word ik een rat?’ luidde niet eens zo heel lang geleden een actuele vraag. Het meest voor de hand liggende antwoord heb ik nauwelijks vernomen: “Ga in een riool wonen, zet jezelf op een dieet van bedorven etenswaren, jaag op hulpeloze dieren als jonge eendjes en teister je omgeving met je vuile streken.” Succes verzekerd.
Als je iets wil bereiken in dit leven, wees dan sluw, gemeen en meedogenloos.
Het is helemaal niet moeilijk. Het is zelfs natuurlijk. Onlangs zag ik in een documentaire hoe zes biggetjes ieder een speen bij hun aller moeder hadden weten te bemachtigen. Er werd bij verteld dat de beste speen bij de kop van de zeug zat en de slechtste daar het verst van af lag. Bleek toch mooi dat het zwaarste biggetje met zijn gewicht zijn broertjes en zusjes van de beste speen wist af te houden en het magerste biggetje genoegen moest nemen met de magerste speen. Zelfs een speenvarken kan een rat worden. Waarom ik dus niet? Ik hoef alleen maar goed van me af te bijten.
Aan de andere kant, de hele wereld te vriend houden is ook niet goed mogelijk. Je kunt je niet aan iedereen aanpassen. Je kunt niet eens doen alsof, want geen enkele toneelspeler kan zo veel rollen tegelijk onthouden. Dat wordt een heel gedoe. Gelukkig is iedereen de hele wereld niet. Conclusie: jezelf blijven spaart een hoop energie uit.
3
Spreek bedaard en bevattelijk de waarheid en luister naar anderen; ook naar onnozelen en onbenulligen, want ook zij hebben iets te melden.
Bij ons in het dorp werd vroeger het gezag nog vertegenwoordigd door één politieagent, die natuurlijk ‘veldwachter’ werd genoemd. Het hem toevertrouwde gezag probeerde hij ook echt uit te stralen, maar dat wilde steeds maar niet goed lukken. Over zijn domheid deden de wildste verhalen de ronde. Zo te horen had iedereen hem wel eens flink voor het lapje gehouden. De man vroeg er ook een beetje om. Zijn vocabulaire telde maar een armzalige hoeveelheid woorden, waarmee hij volzinnen wist te creëren als: “Zo zijn nou eenmaal de regels”, “Dat zeggen ze allemaal” en “Dat had u eerder moeten bedenken.”
Op een donkere avond was hij in zijn eentje bezig met een alcoholcontrole. Midden op de weg staande hield hij af en toe een auto aan, gebood die naar de kant en begon zijn onderzoek. Iedereen in het dorp was ervan op de hoogte, ik ook. Dus toen mijn auto op de dijk werd aangehouden, had ik ervoor gezorgd niet strafbaar te zijn.
“En… wat hebben wij gedronken?”, baste hij.
“Niets, agent”, sprak ik triomfantelijk.
“Nou,” was zijn kalme antwoord, “dan vind ik het helemáál stom dat je zonder licht rijdt.”
4
Mijd luidruchtige en agressieve mensen, zij zijn een kwelling voor de geest.
Sinds hij er niet meer is, heerst er rust in mijn bestaan. Wat kon die man een gerucht maken! De ganse dag liep hij ongevraagd zijn opinies uit te dragen, in de hoop dat iemand het in zijn hoofd zou halen, hem tegen te spreken. Zo’n waaghals kon geheid rekenen op een scheldkanonnade die als een overdekt onweer het hele gebouw doordonderde. Hij kon net zo lang zuigen tot iemand zich inderdaad iets liet ontvallen wat onze heldentenor onwelgevallig was en zijn heilige verontwaardiging deed ontbranden.
Allengs begonnen sommige collega’s hem te voeren, bij wijze van verzetje of als bravourestukje: “Kijk eens hoe dicht ik de briesende leeuw durf te naderen.” Hierdoor gesteund begon onze lawaaischopper te groeien in zijn rol. Van het management durfden slechts enkelen hem tot de orde te roepen. De situatie werd onhoudbaar. Praten hielp niet, elke poging daartoe eindigde in een verschrikkelijk uitbarsting.
Het enige wat uiteindelijk heeft geholpen, was ‘de seismograaf’. Eén collega verzamelde meldingen van uitbarstingen en deed navraag naar de hevigheid ervan. De resultaten bracht hij onder in een database en een statistische grafiek, die hij vergroot uitprintte en op elk mededelingenbord prikte met als titel ‘Aartbevingen’ waarbij de spelfout opzettelijk was gebaseerd op de voornaam van onze verschrikkelijke schreeuwman. Of dit voor de definitieve doorbraak heeft gezorgd, weet ik niet, maar na een tijdje bleef Aart weg van zijn werk. Overspannen, zei men. Daar konden wij ons wel iets bij voorstellen.
5
Vergelijk je jezelf met anderen, dan word je òf ijdel òf verongelijkt, want er zijn altijd grotere of mindere goden dan jij.
Velen zullen bij het lezen van Kaas van Willem Elsschot zich kunnen identificeren met de kantoorklerk Frans Laarmans, wanneer hij ten huize van mijnheer Van Schoonbeke de gewichtige gesprekken moet aanhoren van de aanwezige rechters, advocaten en kooplieden. Hij kan niet met de heren meepraten, want van Italiaans steden, dure auto’s, de huizenmarkt en de renommee van restaurants heeft de eenvoudige Laarmans geen kaas gegeten. Naar aanleiding van deze en soortgelijke ervaringen begeeft hij zich ook maar in de handel, met desastreuze gevolgen die aan het slot wel weer meevallen doordat zijn gezin hem al die tijd is blijven steunen. “Brave, beste kinderen. Lieve, lieve vrouw.” Dat zijn de laatste zes woorden van een meesterlijke novelle.
Als je jezelf gaat vergelijken met anderen, blijk je altijd ongelijk te zijn. Dat kan dan wel eens een storend besef worden, vooral als de vergelijking talent of welstand betreft. De kans dat je je verheven gaat voelen of de zon niet in het water kan zien schijnen, is levensgroot aanwezig. En als je daar dan weer gevolg aan gaat geven, kunnen er desastreuze dingen gebeuren.
Dus als je vindt dat je jezelf moet vergelijken met anderen, dan heb je geen gelijk.
6
Geniet van je prestaties, maar ook van je plannen.
Het leuke van voor- en napret ligt in het feit, dat je ervan kunt genieten wanneer het jou uitkomt. Voor- en napret zijn beter te plannen dan de uitvoering van de planning zelf. Leuke plannetjes zijn vooral leuk omdat het plannetjes zijn en prestaties omdat ze zijn neergezet. Daartussenin ligt de arbeid, het gezwoeg, de poging, de strijd. Dat je daar ook van kunt genieten, zal menig procesgerichte werker beamen, maar juist van tevoren of achteraf kun je je meer toeleggen op de pret. Het enige wat je nog moet doen is er tijd voor uittrekken. En uittrekken betekent zowel ‘korter maken’ (een uittreksel maken) als ‘langer maken’ (iets tot een draad uittrekken), de duur van het genot bepaal je zelf.
Hou je van plannetjes maken, maak niet meteen nieuwe als de oude zijn verwezenlijkt, maar geniet nog even na van het welslagen van de vorige.
7
Stel belang in je loopbaan, hoe nederig ook; want in de wisselvalligheden van de tijd is die een waarachtig bezit.
Schoolreünie. Het oude schoolgebouw gonst van de drukte. Normaal lopen hier zeshonderd leerlingen rond, nu vertoeven er twee keer zo veel oud-leerlingen, die naarmate de uren verstrijken en de geïmproviseerde bars betere zaken zijn gaan doen, een ongewoon lawaai maken. Overal staan groepjes herinneringen op te halen, hetgeen met veel gelach en gejoel gepaard gaat. Dwars door de menigte dwaalt de docent. Hij glimlacht. Hij lijkt een beetje dronken. Hij heeft al tientallen oud-leerlingen ontmoet, aangename gesprekken gevoerd, dingen over zich zelf te horen gekregen die hij al lang was vergeten, oude vrienden zien opduiken, vernomen dat hij zonder het te weten veel heeft mogen betekenen voor sommigen.
Hij heeft Liesbeth teruggezien, nog mooier dan vroeger, Bart die hij steeds maar weer de klas uit moest sturen en die in de gevangenis heeft gezeten, Odile en Miranda, die zijn vak zijn gaan studeren, Joost, die altijd een heilzame werking had op zijn humeur, Andrew, die zo goed toneel speelde…
Hij heeft het ene biertje na het andere toegeschoven gekregen door oude bekenden. Nu zweeft hij even alleen door de zaal en glimlacht naar levende gezichten uit het verleden. Hij lijkt een beetje dronken. Hij kan nog maar één ding denken: “Wat heb ik vandaag toch een mooi vak.”
8
Wees voorzichtig in zaken, want de wereld is vol bedrog.
Laat dit besef je niet blind maken voor het bestaan van de deugd; velen streven naar edele idealen en alom in het leven is heldenmoed te vinden.
Er schijnt ooit in een buitenlandse, hoogst waarschijnlijk Amerikaanse krant een advertentie te zijn verschenen met ongeveer de volgende inhoud.
Wilt u zonder al te veel moeite steenrijk worden?
Stort $ 50,- dollar op mijn rekening en ik zal u
een methode aan de hand doen waar gegarandeerd
veel geld mee valt te verdienen.
Zij die het gevraagde bedrag stortten op de vermelde rekening, kregen binnen enkele dagen de beloofde methode in de bus: één velletje papier met opmerkelijk weinig tekst:
Doe als ik
Geen spel tussen te krijgen, juridisch. Maar de gretige slachtoffers hadden beter moeten weten. Wie biedt er nou een lucratieve succesformule te koop aan voor $ 50,-? Filantropen beperken zich tot goede en vooral in het oog lopende doelen en verder niet met de markt. Daarbuiten zijn ongetwijfeld heldhaftige idealisten te vinden die belangeloos de deugd beoefenen. Misschien wel onderbetaalde onderwijzers met veel hart voor de zaak en plezier in hun werk.
9
Wees jezelf.
Veins vooral geen genegenheid.
Het zal wel van Loesje zijn: ‘Wees jezelf. Er zijn al zo veel anderen.’ Jubilarissen krijgen veelal het compliment dat ze al die tijd dat ze het bedrijf trouw waren, zichzelf gebleven zijn. Meestal betekent zulks dat ze nooit een poging hebben ondernomen tot enige verandering. Overbekende Nederlanders blijven, naarmate hun beroemdheid groter wordt, ook meestal zichzelf. Wat moet je in dit kleine landje met allures? Wij doen gewoon al gek genoeg.
Toch lijken we vaak op de heer Tiennoppen, de held uit Het Mirakel van Harry Mulisch, die in het verhaal ‘De Gelijkenis’ door iedereen die hij tegenkomt, wordt aangezien voor iemand anders. De heer Tiennoppen speelt het spelletje sportief mee. Als melkboer noteert hij de bestelling voor een onbekende oude dame, hij vergeeft grootmoedig een vreemde tramreiziger die hem daarom verzoekt en hij beantwoordt verhit de smachtende blikken van een vreemde vrouw die wil weten of hij nog van haar houdt. ‘O, schat…’ kan hij nog net zeggen voordat een volgende voorbijganger hem tot een andere rol dwingt. Als hij tenslotte wordt herkend als gezochte oorlogsmisdadiger, vindt hij het te gortig worden, maar dan is het te laat.
Wij spelen allemaal een rol: de sportieve Saabchauffeur, de geroutineerde deskundige, de ervaren vakvrouw, de competente coach, de zorgzame partner, de sportieve vader of eeuwig jonge moeder, al naar de situatie van ons verlangt. Daar is niet veel mis mee, maar laten we in de liefde onszelf blijven.
10
Wees niet cynisch over de liefde, want ondanks alle dorheid en desillusie is ze blijvend als het gras.
Volgens geleerden die het weten kunnen, zijn er maar weinigen die een ‘schaamteloos ongevoelig, stuitend of pijnlijk ongeloof in het goede’ aan de dag leggen aangaande de liefde. Zij die een blauwtje hebben gelopen, beginnen gewoon weer van voren af aan en gaan op zoek naar een andere aanbedene, velen hertrouwen na een echtscheiding, want als Joepie-Joepie is gekomen en je meisje heeft gehaald, moet je er niet zo om treuren, maar een ander weer gehaald. Trala. Verzuren doen we niet zo gauw want er zit altijd nog wel wat in het vat.
Ondanks onze desillusies in de liefde blijft die liefde dus bestaan, als gras dat steeds weer op blijft komen in een dorre woestijn. Het is daarom met meer aarzeling dan instemming dat wij een cynische dichter (J.P. Guépin) citeren:
INTIMITEITEN
Wat blijft er over van het liefdesgebeuren?
buiten de vier muren?
Onritmisch gebonk
van de bovenburen.
Schaamteloos ongevoelig? Stuitend? Pijnlijk? Nee toch? Hoogstens een beetje platvloers of oneerbiedig. Maar de liefde kan wel tegen een plaagstootje. Vandaar en omdat de liefde net iets meer is dan louter een tijdverdrijf.
11
Wees blij met de wijsheid der jaren en neem stijlvol afscheid van de weldaad der jeugd.
Prachtboeken zijn het, sieraden voor de boekenkast. Maar sommige titels doen pijn: 50+ en gezondheid, Windows voor 55-plussers.
55-plussers als dummy’s of dino’s? Moet je vooral bij mij mee aankomen. Wie schreef er in de tachtiger jaren de prachtigste programma’s in BASIC? Wie leerde er de kneepjes in Pascal?
Wie was de auteur van het fameuze spel ‘Russische Roulette voor wankelmoedigen’, dat de speler bijkans een hartaanval bezorgde als het pistool afging?
Ook opwindend zijn boekjes die aanstormende bejaarden wegwijs maken in de kunst van de vrijetijdsbesteding. Ze suggereren dat we straks uitsluitend bingoën en vanachter de geraniums de wereld willen gadeslaan. Toen ik 50 werd kreeg ik van vrienden een duo-sprong cadeau met een vrije val van 1500 meter boven de Zeeuwse eilanden. Eenmaal beneden wilde ik mij aanmelden voor een cursus vliegtuigverlaten in volle vlucht, maar kreeg ik te horen dat 50-plussers daarvan werden uitgesloten.
En dan de liefde… De gratie is er een beetje af als je wat ouder wordt. Dan kun je er beter mee ophouden, zeggen ze, anders wordt het onsmakelijk. Joggende zwaargewichten worden ook al beschouwd als de doodsteek voor de corporele esthetica als ze rood komen aanlopen door het park. Het contrast met al die diepbruine décolletés en gepiercete navels is kennelijk te groot.
Langzaam rijpt bij mij het plan om mijn in al die jaren opgedane wijsheid samen te vatten in een mooi boek, met de titel: Kickboksen, seks en bungy jumpen voor bejaarden.
12
Koester je geestkracht, die jou beschermt bij plotseling onheil.
Zie niet onnodig veel beren op je weg. Veel vrees komt voort uit moeheid en eenzaamheid.
“Alles is veel voor wie niet veel verwacht” schreef de dichter Bloem in zijn Dapperstraatgedicht en iemand anders zei ooit dat enig pessimisme onnodige teleurstellingen voorkwam, maar je kunt natuurlijk overdrijven.
Twee gekken komen elkaar tegen in de wildernis. De een draagt een telefooncel op de rug, de ander een aambeeld. Vraagt de gek met het aambeeld de ander waarom die een telefooncel met zich meetorst.
‘Wel,’ luidt het antwoord, ‘dat is tegen beren. Wanneer ik een beer tegen kom, zet ik de telefooncel overeind en ga ik naar binnen. De beer kan mij zo niets maken.’
‘Goh,’ zegt de ander, ‘goed bedacht. Ik gebruik dit aanbeeld ook tegen de beren. Als ik een beer zie, dan gooi ik het aambeeld weg en kan ik veel harder lopen.’
Het is niet goed om voortdurend zware zaken als aambeeld, telefooncel, vrees of pessimisme mee te slepen. Zorg liever voor een dosis geestkracht in je rugzak, en verder een dichtbundel tegen de moeheid en de eenzaamheid. Dit laatste was de goede raad van Herman de Coninck in zijn hartverwarmende essay Over de troost van pessimisme, dat eindigt met het ultieme advies: ‘En nu aan het werk’.
13
Behoud een heilzame discipline, maar wees verder zacht voor jezelf.
Er zijn mensen die elke dag beginnen met de lastigste klus die ze kennen: opstaan. Dat kost hun veelal een gigantische hoeveelheid energie, zo veel soms dat er onmiddellijk uitgerust moet worden van de inspanningen van het uit bed komen. Elke morgen weer voeren zij een titanenstrijd met zichzelf. Sommigen zien daar zo tegen op dat zij de avond ervoor het slapen gaan zo lang mogelijk uitstellen. De verstandigen onder hen zien echter al snel in, dat zulks een averechts effect heeft, aangezien ze nog vermoeider ontwaken.
Deskundigen raden aan om jezelf iets aangenaams in het vooruitzicht te stellen: een exquise ontbijt van zes gangen, een warm bad met fresia-essence, een kwartiertje nadoezelen op de zonnebank of een massage door de allerliefste. Over het algemeen wordt dit als enigszins omslachtig ervaren. Vandaar dat het alternatief aan populariteit wint: door de zure appel heen bijten, zo snel mogelijk overeind komen en alle noodzakelijke handelingen verrichten, keihard het hoofd bieden aan het ochtendhumeur, glimlachen als een landman met een kaakabces, doorzetten, lieve vrouwe of heer in het verkeer blijven en goed geluimd op je werk aankomen. Als je dat hebt doorstaan kun je alles aan en straal je een zelfverzekerde rust uit die een weldadige invloed heeft op collega’s, ondergeschikten en leidinggevenden. De rest van de dag kun je met een gerust hart zacht zijn voor jezelf.
14
Je bent een kind van de schepping, gelijk de bomen en de sterren. Je mag er zijn.
Je ziet het nog wel eens op de schutbladen van tweedehands kinderboeken: naam en adres van de eigenaar, waarbij het adres zich niet beperkt tot straat, postcode en woonplaats, maar is uitgebreid met land, werelddeel, planeet en zelfs melkwegstelsel. Het boek mocht eens zoek raken in een verre uithoek van het toch al uitdijende heelal. Zoals wij hier op aarde met radiotelescopen het uitspansel aftasten naar tekenen van buitenaards leven, zo zijn er misschien wel aliens op zoek naar een boeiend jongensboek.
Kinderen van het heelal zijn wij allemaal, logische voortvloeisels van de oerknal, evenals de bomen en de sterren. We bestaan uit dezelfde deeltjes als sterren, planeten, bomen, bloemen en amoeben. Dat moet toch een troostrijke gedachte zijn, dat we een onmisbaar onderdeel zijn van een groter geheel. Hele religies of wereldbeschouwingen zijn erop gebaseerd. Volgens oosterse troosters komt het leed voort uit de scheiding tussen het al en het ik. Transcendente ervaringen zijn derhalve gewaarwordingen waarbij men zich bevrijdt van de beperkingen van het egocentrische denken en opgaat in het heelal. Op deze wijze vallen er spirituele ruimtereizen te maken, niet alleen op zoek naar buitenaards leven, maar ook naar verdwenen boeken uit onze jeugd of de zin van ons bestaan.
15
En of je het nou snapt of niet, het heelal ontplooit zich volgens plan.
Stel, je zit in Den Haag achter in de tram en je rijdt weg van de kerktoren. Op de kerkklok is het precies 12 uur. Tot dusverre niks aan de hand. Maar stel nou dat je met de snelheid van het licht van die kerktoren wegrijdt en je de kerkklok in het vizier blijft houden. (Vraag niet hoe dat kan; zo vaak reizen wij ook niet in de tram.) Dan zal het op die kerkklok 12 uur blijven. Stel dat we na een opwindende ruimtereis tenslotte weer in Den Haag terugkeren, dan heeft al die tijd dat wij op pad waren, de tijd daar stilgestaan. Duidelijk?
Maar wat nou als de tram sneller rijdt dan het licht? Dan is het denkbaar dat we eerder arriveren dan we vertrokken waren. Nooit meer klachten over het gebrek aan punctualiteit van het openbaar vervoer.
Dit is wat we ongeveer begrijpen van wat boven onze pet gaat. Relativiteitstheorie, kwantummechanica, dat soort dingen. Morgen proberen we iets te snappen van de stringtheorie en het niet werken van natuurwetten in het geval van elf dimensies. Misschien dat we het straks allemaal heel duidelijk voor ogen krijgen, maar voorlopig moeten we met de zwarte gaten in onze kennis leren leven. We zullen er maar op vertrouwen dat het universum zich geheel volgens plan blijft ontvouwen.
16
Leef daarom in vrede met God, wie of wat Hij volgens jou ook is.
Misschien dat we ons godsbeeld eens moeten moderniseren. Waarom altijd en eeuwig een oude man met een baard? Het is toch maar een symbool van iets of iemand die we niet kunnen kennen? Wellicht is het tijd om een marketing- of communicatiebureau in te schakelen en na te laten denken over een nieuw logo. Misschien dat de hele religieuze huisstijl eens op de helling zou moeten. Het zal weliswaar een dure operatie worden, maar als die wordt uitgevoerd in samenwerking met andere religies, blijft ze betaalbaar en hebben we meteen wat minder heilloze godsdiensttwisten en ligt de wereldvrede binnen bereik. In dit kader is het raadzaam om iets abstracts te bedenken, zodat orthodoxe protestanten, moslims en joden ook mee kunnen doen. Dus liever ook geen adembenemend schone godin of een majestueuze machofiguur, maar meer een abstract handelsmerk dat vrede, eenheid en spiritualiteit tot uitdrukking brengt. Een cirkel, een liggende acht als oneindigheidssymbool, de ring van Möbius, het ei van Columbus, een kaarsvlam, een vraagteken, ga zo maar door. Het maakt niet zo veel uit wat voor abstract symbool we kiezen, dus we hoeven er ook geen ruzie over te maken. Toch?
17
En wat je strijd en streven ook moge zijn in de lawaaierige warboel van het leven, bewaar de vrede in je ziel.
Strijd en streven, dat is het leven. De vraag is, of dat een vloek is of een zegen. We zullen het eens onderzoeken. Als er niks te strijden en te streven zou zijn en we louter zouden genieten van een eeuwigdurend dolce far niente, zouden we er dan ook eindeloos van kunnen genieten? Zouden we er ons elke dag van bewust blijven dat we gevrijwaard zouden zijn van gesloof en geslaaf, gezweet en gezwoeg? We zouden na verloop van tijd niet eens meer weten wat dat betekende. We zouden al snel vergeten zijn dat er zoiets zou bestaan als een doel om naar te streven, een bestaan om voor te strijden. In ons stille en kalme leven zouden we nauwelijks nog van enige vredige sereniteit genieten omdat we die gewoon als vanzelfsprekend zouden hebben aangenomen. We zouden ons stierlijk vervelen en het nietsdoen zou veel van zijn zoetheid verliezen.
En daarom, beminde gelovigen, moeten we dankbaar zijn voor alle moeilijkheden des levens, voor alle rozen waarover ons pad niet loopt, voor alle kruisjes, ingelegd in onze huisjes, voor alles wat in de beste families voorkomt. C’est la vie! Daar moeten we niet alleen vrede me hebben, daar moeten we blij mee zijn. Want het tegendeel van leven is dodelijke verveling of een vervelende dood. En hoe dat later in het eeuwige paradijs moet, zien we dan wel weer.
18
Met al zijn schijn, gezwoeg en tegenvallers is dit een prachtige wereld.
Het is een mooie morgen in mei. Er fietst een jongetje over een fietspad dat omzoomd is door manshoog fluitenkruid. Hij is op weg naar de tandarts. Hij kijkt naar de gezichten van tegenliggers op het fietspad. Bofkonten, die hoeven niet geboord te worden. Die genieten nu van de zon en de zang van lijsters en merels in de wilgen. Die meneer daar bijvoorbeeld, met dat ernstige gezicht; die hoeft niet bang te zijn voor de tandarts en zijn hoon: ‘Ben jij nou een flinke jongen van Jan de Wit?’
Het is een prachtige ochtend in mei. De zon schijnt, het fluitenkruid groeit en geurt, merels en lijsters musiceren, fietsers fietsen door een weiland tussen twee stadswijken.
Het is een mooie meimorgen. Er fietst een directeur door het hoog opgeschoten fluitenkruid. Hij is op weg naar zijn werk. Hij kijkt bezorgd en benijdt de mensen die hij tegemoet fietst. Die genieten nu van het morgenlicht en het kwinkeleren van vogels in de bomen. Die mensen hoeven niet straks iemand te ontslaan. Dat jongetje bijvoorbeeld, met die schichtige blik; die hoeft niet op te zien tegen het moment waarop het gesprek zal worden besloten met ‘En daarom vinden wij dat u beter een andere werkkring kunt gaan zoeken.’
Het is een eentonig verhaal, maar een prachtige morgen in mei.
19
Wees opgewekt.
Probeer gelukkig te zijn.
This is your wake up call: wees opgewekt!
Probeer gelukkig te zijn, dan bereik je sneller resultaat dan wanneer je probeert gelukkig te worden. Wie op zoek is naar het geluk, als naar een soort permanente dan wel lang durende gesteldheid, is blind voor de kleine flitsjes en flintertjes geluk die hem onderweg ten deel vallen. Dit is een eenvoudige kalenderwijsheid, die niet vaak genoeg herhaald kan worden. Een goede oefening in het gelukkig zijn ligt in het opbeurend, troostgevend of opwekkend zijn. Geluk is besmettelijk: wie opgewekt is, wekt op. Probeer het eens.
